zaterdag 2 oktober 2010

Week 1 : Siena una bella città

Om later nog eens te herlezen, hoewel vele details zijn weggelaten (doordat ik slechts om de 5 à 6 dagen verder schreef) en  ‘minder geschikte’ scènes niet in dit ‘dagboek’ zijn opgenomen… Een herinnering aan het Programma Erasmus  EILC 2010 (2-30 settembre 2010).
LUNEDI 30 AGOSTO
Na een drukke dag van pakken en afwegen wat nu wel/niet meekan naar Italië is het tijd voor een afscheidsetentje. Op zich was er gereserveerd rond half acht voor twintig personen in Gök Palace (Sleepstraat 108, Gent), maar op het moment zelf bleken we toch met 35 te zijn… Gelukkig waren de uitbaters echt wel vriendelijk en zorgden ze ervoor dat iedereen een plaatsje kreeg (al was het dan met 2 aan het hoofd van de tafel…) Wijn, pizza en leuk gezelschap zorgden dat het een geslaagd afscheid werd. Lisa’s boekje werd doorgegeven en gevuld met zalige tekstjes van enkelen van de aanwezigen. Leuk om te zien dat iedereen mee uitkijkt naar het avontuur dat mij te wachten staat. Het gaf een zot gevoel om te zien dat al mijn betere vrienden eens allemaal waren verenigd. De foto’s zullen wel voor zich spreken achteraf. Na de Turkse pizza, waar  we een digestiefje (in alle kleurtjes) en een appeltheetje konden drinken, gingen we met een paar nog naar de ‘Spijker’ en naar de ‘Gouden Mandarijn’ om dan in ons bedje te kruipen voor de volgende (grote) dag.
MARTEDI 31 AGOSTO
Officiële dag één van ‘hét grote Erasmus’ avontuur. Rustig opstaan zat er niet in, want tegen negen uur ging de wekker af. Valiezen aan elkaar binden en maar hopen dat ik ze allemaal kan dragen. Wonderwaar is het me gelukt om ze van Brussel-Zuid via Parijs naar Bologna te versjacheren… De laatste uurtjes in België gingen we tegen de middag naar Louise en Charlotte, bij familie nog een laatste Belgisch Croqueske gaan eten om dan met princestartskoekskes, repen Côte d’or, wat water en wat crackers de TGV op te stappen. De drie andere Belgische meisjes die mee met mij naar Italië reisden, bleken echt supersympathiek en sociaal te zijn. Leuk vertrek ! Voor we het wisten waren we in Parijs centrum. Klein minpunt : onze trein richting het zuiden vertrok vanuit een ander station, dus moesten we nog een heus traject via 2 metrolijnen afleggen om daar te geraken. Gesleur en getrek met een cello, buskotposters, in totaal 8 valiezen en een dekbedzak. Hoe wij dat hebben klaargespeeld hou ik nu echt wel voor onmogelijk…We hebben alles in beetje bij beetje dan toch bij die slaaptrein gekregen, maar zweten dat dat was… Bij aankomst bleek dat ik in ‘una cuchetta’ (soort treinslaapbedjes) zat met een Italiaans gezin dat van iets buiten het centrum van Bologna bleek te zijn. ‘k Heb met de kindjes naar de Aristokatten gekeken, een broodje gekregen van ‘la madre’ en mijn eerste zinnetjes gebrekkig Italiaans gesproken. De hél gewoon hoe snel die praten, zelfs met mijn Belgisch geratel haal ik die snelheid niet (stel u maar eens voor hoe het er dan op zijn Italiaans aan toe gaat als het al zover is gekomen). Een saaie treinrit was het niet, want plots viel het hele gebeuren daar stil. Bleek dat iemand aan de noodrem had getrokken en er bijgevolg dus een geurtje hing dat rook naar verschroeid ijzer (van de remmen waarschijnlijk). Bijgevolg dus 2 uur gewoon stil gestaan en dan is in zo een kleine cucchetta zitten echt wel geen optie. We zijn dus met de Belgen eens naar de ‘treinbar’ gegaan, dronken daar een theetje : mijn eerste verloochening  van de Italiaanse koffiecultuur… Later zal ik wel espressootjes leren drinken dacht ik zo. Tegen middernacht heb ik me dan toch maar in mijn  bedje bij de familie gelegd, waar  er ondertussen ook een Frans-Italiaanse kunstenares was komen bijliggen. Zij doet nu iets met cactussen (voor zover ik haar Italiaans heb verstaan). Trotter bleek mijn beste vriend wanneer ik eventjes de slaap niet meer kon vatten. Ideaal boekske !
MERCOLEDI 1 SETTEMBRE
Rond een uur of acht ’s ochtends vroeg aangekomen in Bologna station, was ik plots de andere Belgische meisjes kwijt. Mijn gsm was plat (typisch dat dat op zo’n momenten voorkomt), waardoor ik dus echt op mijn eigen viel. Bleek echt wel zeer vervelend, want mijn bagage was zo goed als uit elkaar gevallen. Gelukkig was een supersympathieke kerel die mij hielp die naar mijn appartement te versleuren. Voordien had ik al een aanbod van een andere man afgewezen, want die bleek 10 euro te vragen voor zijn gesleur….Dan nog het volgende probleem tegemoet komen : uitleggen aan de vrouw (die daar stond te wachten met de sleutel) dat ik zo laat was. Doe dat maar eens als je nog maar enkel een boekje ‘hoe Italiaans in 6 weken’ eens vluchtig hebt doorgenomen. Met handen en voeten ben ik er dan toch toe gekomen haar te expliceren wat er gebeurd was. Alles op het gemakje naar boven doen, Guiseppe de onderbuur helpt mij daarbij, want 4 verdiepen zonder lift is echt wel onhandig. Meteen heb ik door dat dat voor de rest van mijn Erasmusperiode mijn dagelijkse onontkomelijke sport zal zijn…’k Heb daar zowat heel mijn kamer zo zotmogelijk geïnstalleerd en echt een zotte ‘wall of Friends’ gecreëerd, ’t is de moeite. Meer dan 70 foto’s pronken schoon boven mijn bedje… Tegen de namiddag besloot ik zowat rond te gaan naar de universiteit voor mijn inschrijving daar te volbrengen : gesloten. Dan maar naar het bussolagebouw om er te zoeken voor een slaapplaats in Siena gedurende mijn verblijf daar in September. Echt nog nooit zoveel stress gehad, omdat ik dus nog steeds niets had waar ik kon slapen gedurende die taalcursus. Peperduur is Siena, het is niet te schatten. ‘t Blijkt geen meevaller te zijn daar in dat Bureau, geen enkele Sienees wil een kamertje (zelfs geen doppia : tweepersoonskamer zoals ze dat noemen) voor minder dan 400 euro/maand. Nuja ik kom toevallig Julie Mennes en Lien Arits ( twee van de Belgische meisjes die met mij de slaaptrein namen uit Parijs) tegen. Echt een geluk, want zo trok ik de rest van de dag met hen op en aten we samen onze eerste Italiaanse pizza op de Piazza Maggiore, waar ik mij lid maakte van de gigantische bibliotheek (die daarbij ook nog eens zot van architectuur bleek) en zo toegang kreeg tot het internet. Daar vond ik een gsm-nummer van ene Guiseppe, die dan toch heel misschien iets voor me had om te slapen in Siena. Allemaal zeer vaag en onduidelijk en in de trend van ‘bel me dan morgen maar eens’. À l’aise zoals ze dan zeggen, maar dan echt wel in de extreme vorm. Soms wel een beetje vervelend voor mij met mijn poging tot structuur/regelmaat brengen/behouden. Nuja tegen 19u ben ik meegegaan naar Julie haar kot, dat blijkbaar echt niet ver van het mijne is. Leuke en klare eenpersoonskamer. Zij heeft het ook wel getroffen. Na een goede babbel, alweer een theetje en een beetje fruit ben ik naar mijn eigen stek gegaan. ‘k Dacht daar alleen aan te komen, maar nee mijn eerste nieuwe kotgenoot liep net de deur uit naar een feestje.’t Zit goed dacht ik, ik zit hier met leuke mensen en ’t wordt echt wel een leuke tijd. Na mijn maandje Siena uiteraard.
GIOVEDI 2 SETTEMBRE
De eerste Italiaanse ochtend en ik moet op om 5u om die trein naar Siena te halen. Mottig tot en met stap ik dus naar het station met mijn trekrugzak gevuld op een manier waardoor de schoenen steken in mijn rug. Ik weiger hem toch uit te doen, want de hitte (op dat uur al!) is nu al aanwezig. ’t Is weer zo’n ‘slaaptreinachtig iets’ dat mij naar Firenze brengt en vervolgens stap ik over op de lokale trein. Tegen de ochtend ben ik aangekomen en bel ik toch maar eens naar die Guiseppe : hij komt mij na mijn eerste ochtend les naar mijn universiteit oppikken om zijn accommodatie te tonen : 300 euro voor een maand, in een singola : check, dat is het  gewoon ! Zeer grappig wel, want weer dacht ik dat ik zijn telefoontje verkeerd had begrepen : Hij komt me halen met zijn ‘machina’ (blijkt later een auto te zijn) en ‘uno bambino negro’ (wat ik letterlijk vertaalde als ‘klein negerke’. Strange !) Ik zit daar zowat te wachten tot we de ‘teste di lingua’ mogen afleggen en zie daar een meisje zitten dat er Belgisch uitziet. ‘k Spreek haar aan en het blijkt Laura te zijn, ze komt uit Antwerpen en studeert harp in Oudinee aan het conservatorium. Leuk om nog eens Nederlands te kunnen spreken. We gaan samen binnen in de ‘Aula Magna’ en leggen die test af. De multiple choice vragen waren echt ontzettend moeilijk, gokken dat ik daar heb gedaan. En dan de luister- en begrijpend lezen oefening. Dat was echt zoals in het middelbaar :  vraagjes oplossen en zinnetjes vormen, goed/fout,…Geen idee hoe ik het ervan af had gebracht, maar mijn Frans en mijn Latijn bleken dan toch van pas te komen : leve het Sint-Bavogeheugen. Lucca (het derde meisje dat met mij van Parijs vertrok) en Laura gaan mee met mij op zoek naar het kleine negertje : ja ja daar zat het op een bankske. Zijn nonkel Guiseppe, blijkt een supervriendelijke Italiaan te zijn. We gaan samen naar zijn ‘casa’ wat een Toscaans vakantiehuisje blijkt te zijn, 1 km van het centrum met tuin, living, keuken, badkamer, eigen kamer, …Voor het moment zou ik alleen zitten, maar tegen maandag zouden mijn huisgenoten hun gerief wel komen droppen. In alle rust zit ik thuis en breng ik hier alles in orde. Tegen de pommerigio (16u) belt Laura om te vragen of ik niet naar het centrum kom. En ja aan de piazza del Campo spreken we af. Meteen ben ik onder de indruk van het reusachtige plein, waar toeristen foto’s nemen dat het geen naam heeft, waar de zon op ons hoofdje schijnt en waar wij gewoon voor de rest van de maand met alle Erasmussers nog vele avonden zouden doorbrengen met pizza en wijn! Mijn eerste stadsindruk is ongelooflijk : wat een sfeer. We verkennen de stad, lopen nog als echte leken met een plannetje in de hand van het een naar het ander en gaan op zoek naar een leuk restaurantje om te eten. Daar aan de ‘pallazo del Pope’ komen we terecht bij een ober die er dan misschien op het eerste zicht een beetje onsympathiek uitziet, maar die later op de avond het met ons over de verschillende plekjes van Siena zou hebben. Het terras blijkt ook een punt te zijn waar studenten met hun laptop het internet van de buren komen aftappen (die is daar zoals op verschillende andere piazza’s in het stadje gratis en onbeveiligd).  Rond middernacht ben ik moe en wil ik te voet naar huis. Ik vraag de weg aan een voorbijganger, die me weet te zeggen dat het echt nog 20 minuten wandelen is. Maar hij heeft een scooter en wil me gerust brengen. Meteen heb ik door dat Italianen echt vriendelijke mensen zijn, en hoewel het lijkt dat ze je stanté pédé willen versieren, is dat gewoon hun manier van doen.
VENERDI 3 SETTEMBRE
Opstaan om naar mijn eerste les te gaan, geen idee in welke ‘livello’ ik ga terecht komen. Waaaaw ongelooflijk, ik zit in B1 ( het 3de van de 5 levels, hoger dan ik had kunnen denken). ‘Je kent de passato prossima toch’, vragen ze me : ‘si, si’, no problemo’, en ondertussen maar denken wat die tijd zou willen zeggen…’k Zit met Laura in de klas, echt een toeval, maar ‘k ben daar wel blij voor. Zij heeft ook maar via een ASSIMIL-boekske uit de jaren ’80 zo een beetje het Italiaans geleerd. Maria Rita, een Portugese uit mijn les, blijkt meteen mijn maatje. Ze studeert Art en Grafische technieken en houdt ook enorm van reizen…Wat die introductiedag allemaal kan doen : ‘k had meteen 19 nieuwe vrienden in de klas. Iedereen is echt ontzettend sociaal, en iedereen wil zo goed mogelijk Italiaans leren : met vallen en opstaan. Olga onze lerares, een kleine felle en zo’n beetje mijn grote, heeft een duidelijk accent en heeft daarnaast ook begrip voor wie het (net als ik ) misschien toch dat tikkeltje moeilijker heeft de eerste week. Ze lacht door haar zinnen heen wanneer ze uitlegt wat Siena te bieden heeft, zo zorgt ze ervoor dat iedereen zich echt wel op zijn gemak voelt, zélfs terwijl we wat gebrekkig Italiaans uitkramen. En voilà de eerste les zit erop : ik kan mijzelf al kort in het Italiaans voorstellen. ’s Avonds zouden we allemaal met de Belgen bij Laura op het kot koken en dan samen nog eens een stapje in de wereld zetten, het is immers weekend. Mijn kotbaas stelt voor mij dekens te brengen, want die liggen nog in Bologna. Hij pikt me op met de Vespa en we rijden naar het centrum. Chanceke met zo’n goeie man en ook zijn vrouw blijkt zo’n typische Italiaanse,’t is zij die voor de zekerheid nog handdoeken achterbrengt. We koken onze eerste ‘pasta al dente’ en eten nooit meer met een mes. We eten pesto, mozarella, pomodoro en origino : de ingrediënten die hier het lekkerste en dan nog eens het goedkoopste zijn. De piazzo del Campo blijkt goed vol te zitten, leuk sfeertje, gezellig samenzijn. Tegen 1u gaan we naar huis, ik slaap bij Laura, want haar Oostenrijkse kotgenoot Steffie moet naar een trouw en dat bed is dus vrij; Morgen is er immers toch een Erasmusuitstap die doorgaat in het centrum, dus overnachten in mijn afgelegen casa is een beetje ver.
SABATTO 4 SETTEMBRE
’s Ochtends broodjes met Nutella (alweer een verloochening van de Italiaanse cultuur waar men met enkel een espresso doorkan tot de lunch, wij Belgen zijn het anders gewoon). We bekijken de Trotter en trekken naar het parc ‘orto dell’ Pecchio’ net buiten het centrum. Een wondermooie picknicktuin, waar de zon op het gras schijnt, het geblaat van de geiten klinkt, de vrouw des huizes mij vertelt over haar allergie. Ze is zo ontzettend blij dat iemand hetzelfde heeft als haar, maar in feite weet ze niet dat mijn  benen helemaal niet vol staan met beten, maar veeleer met brandwonden. Ja ja nog steeds loop ik met van die belachelijke witte plakkers op mijn beide benen, dat steekt zot af, maar is wel het beste voor een goeie genezing.  Tegen de namiddag gaan we naar de eerste uitstap ‘Passagiata per Siena’. Een slechtere gids dan die dat wij hadden kan je je gewoon niet voorstellen. Dat ‘wijfke’ had echt psychologische problemen, over de stad Siena zijn we niet veel meer dan over de Pallio te weten gekomen. Een jammere zaak want via Trotter wisten we dat die stad dus echt wel veel te bieden heeft. Toch leuk om mee te zijn met Erasmusuitstappen, want terwijl Lucca en Eline (de twee andere Belgen) in Firenze en Rome hun kot aan het zoeken zijn, kunnen wij kennismaken met de andere nationaliteiten die deze taalcursus volgen. De Letten blijken de tofste. Rima en de Aistees (2 meisjes/vriendinnen die beiden Aëstie noemen) zullen ons nog vaak naar de feestjes volgen…De ene is zowat de Christina Aguilera van Letland (ze danst, rookt, kleur haar haar net als Aguilera, maar ’t is echt zo’n zalig feestbeest), de andere Aëstie heeft zogezegd geen boyfriend, maar op Facebook (ja die is ook onder de Italianen bekend) staan er wel foto’s met die ene jongen en kan je goed lezen ‘in een relatie’. Geen idee wat zij hier op Erasmus van plan is… Rima is de meest volwassene, ze blijkt 26 jaar, maar ziet er eigenlijk even oud als ons uit. Zij slaapt op kamer met Tania, een zotte Portugese, die op woensdag jarig is : iedereen zal het geweten hebben. Vriendschappen komen hier vlug, iedereen is supersociaal, leuk en vooral : iedereen is in partymood ! We laten de gids (nadat deze er ons op gewezen heeft dat het leven als gids niet alles is, blablabla, neut neut) voor wat ze is, en spreken met de meisjes af tegen 21u aan de Porta Cammolio (een van de vele stadspoorten), waar er een bandje optreedt. Het is daar echt wel een party : ’t zitten daar wat Italianen te dineren (want wij als leken hadden niet door dat ze dus pas tegen 21u starten met eten en bijgevolg dus maar beginnen feesten rond 23u-23u30). ’t Roept daar nu toch iemand ‘Viva Belgio’, ‘k dacht dat ik ‘Alberto’ had verstaan, maar nee nee. De toost werd uitgebracht op hun Italiaanse vriend die in Mechelen (wat een bescheten Erasmusbestemming!) zijn laatste jaar chemie zou afwerken het volgende semester. Meteen worden we allemaal (alle 7  : Rima, Tania, ik, Laura, de Aistees en nog een vriendin van hun) mee aan tafel gevraagd om wijn te drinken en mee te praten. Leuke gesprekken en leugenachtige verhalen over het zotte ‘Mechelen’ zorgen ervoor dat we meteen nog meer in feeststemming zijn. De Aisties brengen Sambuka mee (een straf drankje dat je mengt met multivruchtensap, of je laat dat laatste weg en drinkt het puur zoals de Italianen zichzelf willen bewijzen). Geen drankspelletjes, niet gewoon op het gemakje een slurpje nemen, ‘you will drink’ : de Aisties doen niets liever. Alles moet naar binnen worden gekapt. En ik maar nippen en voorzichtig wat weggieten als de Letse ‘wijfkes’ het niet zien, want anders liggen we plat voor het feestje echt begonnen is. En ja dan is het zover, we gaan dansen! Openluchtdj, goeie (wellis waar commerciële) muziek, leuke sfeer, grote groep erasmussers. De avond wordt goed ingezet. Twee zielige Italianen bieden Laura en mij wat Corona aan en openen meteen met de zinnen waarmee we nog veel zullen worden aangesproken : ‘Come ti chiamo? Quanto anni hai? Da dove sei? Sei carissima!’. Dat die Italiaan mij daar een roos koopt, (van zo’n roosverkoper die je als je hem in België zou tegenkomen gewoon een schop zou willen geven) gaat er toch wel een beetje over. Ik probeer zowat subtiel weg te dansen en stoot op een Parisien. Die blijkt een vriendelijke Frans-Italiaans-Marokkaanse voetballer te zijn en helpt me een handje weg. Ook van hem een drankje. Ja ja, als meisje in Italië is het echt goedkoop uitgaan. Elke Italiaan wil zijn zotste versiertrucs bovenhalen, te beginnen met het aanbieden van een drankje,  wij Belgen genieten daar gewoon van en haken af als het te ‘plakkie’ wordt. Dan plots is Laura haar tasje verloren, eventjes zotte paniek. Al haar gerief zat daar in, inclusief de sleutels van haar appartement waar ook ik opnieuw ga logeren. Gelukkig krijgt Rima niet veel later een sms dat de Aisties die in grote haast het tasje mee hadden genomen… We kunnen het meteen gaan ophalen. Gelukkig want  zo kunnen we met een goed gevoel terug naar huis.

DOMENICA 5 SETTEMBRE
Vroeg opstaan hoeft niet, maar doordat ik weer bij Laura blijf slapen worden we vanzelf wakker van de kerkklokken die ’s ochtends op de nabijgelegen Piazza dell’ Independente door de kamer weergalmen. We spreken af met Anna in het ‘Meetlifecafé (via Pantaneto), waar we met deze Amerikaans-Italiaanse couchsurfer een leuk gesprek en een lekkere (mijn eerste!) koffie drinken.Daar komt nog heel wat suiker en melk aan te pas. Erna trekken we met de Letten en de Portugese Tania terug naar het park om daar op WIFI eventjes op het internet te gaan, te picknicken, en vervolgens nog wat door het stad te kuieren. Gezellige avond. Niet veel later trekken we naar de Lizza, aan de plazza Granchi, waar we met een ijsje eventjes gaan zitten, want het is tijd om eens de werkwoorden te bekijken. Samen met een muziekje zitten we wat ‘verbi irregulari’ in ons hoofd te pompen, echt geleden van het middelbaar van de woordjes Latijn om zo te studeren. Er is gewoon geen andere optie om de volgende dag niet door de mand te vallen in de les van professor Olga. Tegen 21u spreken we af met Ivan Martini (een andere couchsurfer, die later toch geen couchsurfer blijkt, maar die ons gewoon vond op Facebook) : hij is medewerken aan de universiteit en zit samen met ons bij de ‘fontana Gaia’ voor een wijntje en een babbel. En niet veel later komen ook Lucca en Eline erbij zitten met hun kotzoektocht-verhalen van het voorbije weekend. Ik ben moe, dus  keer ik tegen middernacht op het gemakje naar mijn casa terug, eens in mijn eigen bedje slapen. Dat blijkt geen pretje te zijn. Mijn bovenbuur, een buitenlander met een vuile baard en een raar accent, blijkt van vechtfilms te houden. Ik kan daar een hele nacht tot 2u van meegenieten, want mijn muren zijn flinterdun. ‘k Ben me dan maar in de living beneden gaan leggen om wat verder verwijdert te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten